Portaal Infectieziekten -
Oefenbank - Overzicht oefeningen
GHOR, GGD en griep
- Het verkennen en doorlopen van het GHOR draaiboek Influenzapandemie binnen de geneeskundige kolom.
- Het testen van de samenwerking tussen de geneeskundige partners (ziekenhuizen, GGD, GHOR-bureau, apothekers, RAV, thuiszorg, NRK en huisartsen) conform het LCI-draaiboek influenzapandemie (deel 3).
- Het toetsen van de samenwerking op het niveau van het actiecentrum GHOR conform het draaiboek influenzapandemie zodat het actiecentrum-GHOR verder ontwikkeld kan worden.
Iedere organisatie had verder de mogelijkheid om de maatregelen zoals afgesproken in het draaiboek influenza binnen de interne organisatie te testen.
- ziekenhuis Weert
- ziekenhuis Roermond
- ziekenhuis Venlo
- RAV
- GGD
- NRK
- huisartsen
- apothekers
- thuiszorg
- arts infectieziekten
- Hoofd - Actiecentrum-GHOR
Scenario, opzet en uitvoering
De oefening bestaat uit drie delen met tijdssprongen:
1) Alarmfase (uitbraak elders in de wereld; WHO fase 4)
2) Start van de uitbraak (eerste ziektegevallen in Nederland zijn bevestigd, WHO fase 6)
3) Piek van de grieppandemie
Het H-Ac-GHOR heeft in opdracht van het HS-GHOR een vergadering belegd met de vertegenwoordigers van de geneeskundige keten naar aanleiding van een uitbraak van een nieuwe influenzasoort elders in de wereld. Tijdens deze dag ontwikkelt zich het scenario en komt het Ac-GHOR in totaal drie keer bij elkaar.
Voor het uitgebreide scenario zie bijlage 1.
Opleiden moet gebeuren op basis van inhoud en processen. Daarna kan het draaiboek geoefend worden. Hierdoor leert men de inhoud en processen beter kennen. Oefenen van het draaiboek werd ervaren als een belangrijke voorbereiding, en ook als beter te plaatsen in de context.
Het werd voor alle deelnemers duidelijk dat centrale afstemming heel belangrijk is. Het actiecentrum GHOR voldoet daarmee in een behoefte in geval van een grieppandemie. Als oefengroep maakte men zich sterk in oplossen van een probleem, ook al zijn de meeste deelnemers geen bekenden van elkaar in de dagelijkse beroepsuitoefening. Men bleek goed in staat visie en beeld te delen. Door de groeiende betrokkenheid tot scenario's werd het probleem als een gezamenlijk probleem ervaren. Hieruit voortkomende acties zijn daardoor waarschijnlijk ook beter aan elkaar uit te leggen. Doordat gewerkt werd met een backoffice, is gebleken dat men elkaar prima kon vervangen.
Niet alle deelnemers waren overtuigd, dat zij mandaat hadden vanuit eigen organisatie. Bij vervanging dient mandatering gelijkwaardig te zijn.