Portaal Infectieziekten -
Oefenbank - Overzicht oefeningen
Simulatieoefening SARS GGD Den Haag 2004
Het eerste doel was te kijken hoe de hele GGD gemobiliseerd kon worden, om een lokale uitbraak van SARS te bestrijden. Het uitgangspunt daarbij was dat de epidemie de capaciteit van de afdeling infectieziektebestrijding te boven zou gaan. Er is voorafgaand aan de oefening materiaal en methode ontworpen voor de overdracht van kennis en vaardigheden om GGD-medewerkers van andere afdelingen snel en effectief in te kunnen zetten op taken van SARS-bestrijding. Deze moesten getest worden.
Het tweede doel van de oefening was het oefenen van het Actiecentrum GGD (AcGGD). Dit AcGGD kan op momenten van crisis door de directeur van de GGD geactiveerd worden om hem bij te staan in de aanpak van een crisis. De geboden ondersteuning vanuit dit AcGGD bestaat uit het coördineren van de GGD-brede inzet, het controleren van de gegevensverzameling, de interne en externe informatieverschaffing en het realiseren van de logistieke ondersteuning.
Het laatste doel van de oefening was het bewust maken van alle GGD-medewerkers, dat zij op elk moment op crisistaken kunnen worden ingezet. Ongeacht of die taken binnen hun normale functie vallen.
In totaal hebben 69 personen aan de oefening deelgenomen, inclusief tegenspelers en waarnemers. Het waren medewerkers van:
- Bestuursdienst 4
- GGD Algemene Gezondheids Zorg 35
- GGD Ambulancedienst 2
- GGD Directie 1
- GGD Epidemiologie Gezondheidsvoorlichting & GGD Beleid 10
- GGD Indicatiebureau 5
- GGD Jeugdgezondheidszorg 7
- Gemeentelijke Directie-Bureau Voorlichting en Communicatie 2
- GHOR Regio Haaglanden 2
- LCI 1
De meeste inhoudelijk werkende medewerkers hebben deelgenomen: adminstratie, artsen, (sociaal-)verpleegkundigen, voorlichters, communicatiedeskundigen, beleidsmedewerkers, managers.
Scenario, opzet en uitvoering
De oefening heeft plaatsgevonden op 3 dagdelen in april 2004, waaronder een dagdeel voor de evaluatie. Ten behoeve van de overdracht van kennis en vaardigheden van GGD-medewerkers van andere afdelingen dan infectieziekten zijn twee instructiepakketten samengesteld:
Instructiepakket Buitenploeg:
De buitenploeg voert het huisbezoek uit bij de SARS-patiënt en de gezinscontacten. De nadruk ligt op de procedures rond persoonlijke bescherming van de GGD-medewerker en de techniek van monsterafname bij de patiënt (instructievideo).
Instructiepakket Binnenploeg:
De binnenploeg verzorgt de monitoring en begeleiding van contacten van SARS-patiënten, die onder toezicht of zelfmonitoring staan. Dit gebeurt vanuit een contactcentrum op de GGD. Er wordt in dit actiecentrum een speciaal telefoonnummer met 6 toestellen geactiveerd. Men beschikt ook over een speciaal ontworpen registratiebestand (in Excel) voor de monitoring van contacten.
Na een gezamenlijke algemene presentatie over SARS bij aanvang van de oefening zijn beide groepen afzonderlijk geïnstrueerd. Vervolgens zijn de groepen onder begeleiding van medewerkers van de afdeling infectieziektebestrijding gaan oefenen op een vast script. Naast de oefening met deze twee ploegen is een kleine test gehouden met een eenvoudige schriftelijke instructie voor baliemedewerkers. Zij werden geïnstrueerd over het correct doorverwijzen van telefoontjes over SARS.
Om het Actiecentrum GGD (AcGGD) te oefenen is gebruik gemaakt van een epidemiologisch script met toenemende hectiek. Elk oefendagdeel speelde een paar weken later in de tijd met telkens meer SARS gevallen en contacten. Tegenspelers van binnen en buiten de GGD (het LCI, de GHOR Haaglanden, Bestuursdienst van de gemeente Den Haag) hebben via een rollenspel externe invloeden gesimuleerd (IGZ, LCI, OMT, GHOR, burgemeester en wethouders, voorlichtingsdiensten, pers etc.). De tegenspelers hebben gezorgd voor een realistisch en dus lastig scenario om het AcGGD te testen.
Om alle GGD-medewerkers er van bewust te maken dat zij op elk moment op crisistaken kunnen worden ingezet, ongeacht of die taken binnen hun normale functie vallen,zijn alle medewerkers van de GGD tijdig en uitvoerig geïnformeerd over de oefening.Na elke oefenmiddag hebben de deelnemers schriftelijk en mondeling geëvalueerd. Tijdens een vierde dagdeel hebben de organisatoren, de tegenspelers en waarnemers van de oefening nog een aparte evaluatie gehouden.
De systematische evaluatie was een belangrijk onderdeel van de oefening. In het algemeen waren de deelnemers tevreden. De oefening werd als nuttig ervaren en versterkte het gevoel van saamhorigheid in een GGD waar de afdelingen traditioneel op zichzelf functioneren. De multidisciplinaire aanpak werd op prijs gesteld.
Zie verder het evaluatierapport.